Interview: David Trueba (De kunst van verliezen)

David Trueba: ‘Het is niet eenvoudig om na te denken over de realiteit en optimist te blijven’

De kunst van verliezen is de derde roman van de Spaanse schrijver, scenarist en regisseur David Trueba (40). Sinds zijn tweede boek, dat in Nederland is verschenen onder de titel Vier Vrienden, is er negen jaar verstreken. In die periode heeft hij onder meer de bioscoopfilm Soldaten van Salamis geregisseerd naar het gelijknamige boek van Javier Cercas. De kunst van verliezen is in Spanje zeer positief ontvangen. In de lovende kritieken werd het literatuur in pure staat genoemd en een hoopvolle verrassing in het enigszins grijze panorama van de hedendaagse roman. In april vorig jaar heeft David Trueba voor dit werk de prijs van de Kritiek ontvangen.

De vier hoofdpersonen in De kunst van verliezen zijn: Sylvia een jong meisje dat door een ongeluk onverwacht in het leven van de volwassenen terechtkomt. Haar vader Lorenzo die een moord heeft gepleegd waar niemand iets vanaf weet. Opa Leandro die geobsedeerd raakt door een Afrikaanse prostituee. En de jonge Argentijnse voetballer Ariel die door een Madrileens elftal is gecontracteerd. Het is een verhaal over geheimen, over hele en halve waarheden, maar vooral over gewone mensen die met alle geweld proberen te overleven.

In je boek komen een opa, zoon, kleindochter en een voetballer voor. Welk personage was er het eerst?

‘De oude man. Dat is een waar gebeurd verhaal dat ik op een dag te horen kreeg, van een fatsoenlijke gepensioneerde man die al zijn geld in een bordeel uitgeeft. Ik wilde dit verhaal graag vertellen omdat het over een onderwerp gaat dat door de maatschappij niet serieus wordt genomen: seksualiteit bij ouderen.’

Er gebeuren veel tragische dingen. Is het een triest boek?

‘Dat denk ik niet. De zestienjarige hoofdpersoon Sylvia kijkt naar het leven alsof het een schat is. Dus kijkt ze op die manier ook naar haar vader die het spoor compleet bijster is na zijn scheiding en het verliezen van zijn baan. Naar de jonge Argentijnse voetballer die haar heeft aangereden en op wie ze smoorverliefd wordt. En naar haar opa die al zijn geld uitgeeft aan hoerenbezoek terwijl zijn vrouw op sterven ligt.’

Wil je de lezer dwingen om te oordelen over de personages?

‘Ik probeer mijzelf en de lezer te interesseren voor dingen die vaak worden afgewezen. Het is nu eenmaal niet mogelijk om te doen of mensen waar we minachting voor hebben niet bestaan. Daarom wil ik de lezer dwingen om zich te verplaatsen in mensen die dingen doen die hij afkeurt om hem die beter te doen begrijpen.’

Wat is er zo interessant aan een oude man die al zijn geld uitgeeft aan een prostituee?

‘Wat mij in dat personage aantrekt is dat hij er zich van bewust is. Waarom mensen zich willens en wetens in situaties storten die slecht zullen aflopen. Het is alsof je door een deur loopt en denkt dat de uitgang altijd dichtbij zal zijn. Je kijkt achterom en je ziet nog steeds die deur waardoor je bent binnengekomen. Maar op een dag is die plotseling ver weg, want we gaan steeds verder naar binnen waardoor we de weg naar huis makkelijk kunnen kwijtraken. Ik geloof dat het op die manier gaat.’

Denk je dat de perfecte moord bestaat?

‘Over het algemeen geldt dat hoe klungeliger de moord hoe perfecter hij is. Voor mijn personage Lorenzo brengt die moord weinig verandering in zijn leven. Hij is de enige met wie ik me niet kan identificeren. Daarom was het ook moeilijk om zijn karakter goed op papier te krijgen.’

Hoe komt het dat hij sympathieker overkomt dan de oude man?

‘Voor wie niet van hoerenlopers houdt, wil ik toch even benadrukken dat er in Spanje een half miljoen zijn. Dus het zijn beslist niet alleen ouwe mannetjes die naar de hoeren gaan. Wat ik in mijn filmwerk en mijn boeken nooit heb willen doen, is de andere kant op kijken. We leven nu eenmaal in een corrupte maatschappij. Iets anders is de mate van tolerantie ten aanzien van die corruptie.’

De hoofdpersonen dragen allemaal een geheim met zich mee. Is dat voor jou inherent aan de werkelijkheid?

‘Zeker. Als mensen de moraalridder uithangen is dat meestal omdat ze heel wat te verbergen hebben. Omdat ik bij de paters op school ben geweest, ken ik de grote geheimen die zij bewaren. Onder meer die van het atheïsme, van het niet geloven in God, dat verschillende priesters van wie ik les heb gehad met zich meedroegen.’

Hou je van mensen met gebreken?

‘Ik heb nooit erg gehouden van te positieve mensen, van die heldhaftige types uit één stuk. Die vind ik oervervelend. Ik schrijf veel liever over mensen met een boel gebreken. Ondanks de negatieve mening die je over hen hebt, vind je altijd iets interessants.’

Het verhaal gaat vooral over verliezers. Denk je dat de meeste mensen in deze succesmaatschappij verliezers zijn?

‘Wie zijn de verliezers? Dat is allemaal heel relatief. Vaak wordt tegen me gezegd dat het mij zowel bij de film als in de literatuur makkelijk is afgegaan. Maar als ze eens wisten welke blunders ik heb begaan… Je moet wel een heel droevig iemand zijn om te denken dat je de grote overwinnaar bent.’

Bij welke club Ariel voetbalt blijft gissen.

‘Sommige mensen zijn ervan overtuigd dat het Atlético Madrid is, omdat ze weten dat dat mijn club is. Iedereen mag zelf uit maken om welke club het gaat. Daarom wordt in het boek de naam ook niet genoemd.’

Ben je als schrijver beter geworden?

‘Dat weet ik niet. Dertien jaar geleden heb ik mijn eerste boek geschreven. Natuurlijk ben ik ouder geworden, maar dat wil nog niet zeggen dat ik beter ben gaan schrijven. Ik vind het belangrijk mezelf af te vragen of ik er met hetzelfde enthousiasme aan werk als de eerste keer. Natuurlijk ben ik technisch en persoonlijk gegroeid, maar dat houdt nog niet in dat het me makkelijker af gaat.’

Is het toeval dat het boek begint en eindigt met hetzelfde personage?

‘Elk van de vier personages is op zijn manier op zoek naar geluk. Maar Sylvia is de enige die zich op de toekomst richt. Daarom eindigt het ook met een zeker optimisme. Maar het is natuurlijk niet eenvoudig om na te denken over de realiteit en optimist te blijven.’

Heb je plannen om het boek te verfilmen?

‘Nee, die heb ik niet. Ik wil de filmwereld en die van de literatuur graag van elkaar gescheiden houden.’

Wat wordt het volgende, een film of een boek?

‘Daar ben ik nog over aan het nadenken. Maar er speelt zowel een film als een boek door mijn hoofd. We zullen zien wat er het eerst uit komt. Hoe het er nu in Spanje met de film voorstaat, ontmoedigt me een beetje. Een boek is er altijd, maar als een film niet in de bioscoop wordt vertoond, kun je niet concurreren. Dus…’

In mei komt De kunst van verliezen op de Nederlandse markt uit. Vind je het geen raar idee dat je niet kunt beoordelen hoe je verhaal klinkt in die taal?

‘Natuurlijk is dat een vreemd idee. Maar ik heb een au pair uit Nederland gehad en die popelt om het te lezen. Van haar zal ik zeker horen hoe ze het vindt.’

Lees ook:De Boekenkast: De kunst van verliezen
Lees ook:Uit de boekenkast: Kom in mijn leven
Lees ook:Nieuw in de bioscoop: nacidas para sufrir
Lees ook:Cine: Camino
Lees ook:Protest tegen film Gabriel García Márquez

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

Naam

Website

Het kan vijf minuten duren voordat nieuwe reacties zichtbaar zijn.